Spoedcursus baanwielrennen.

Baanwielrennen bestaat uit diverse onderdelen. Op deze pagina kun je de uitleg van elk onderdeel vinden. 

Bekijk alle video's (10 minuten)
Teamsprint

Explosief onderdeel voor teams van drie renners (mannen) of twee rensters (vrouwen), waarbij het gaat om de snelste tijd. Er rijden twee ploegen tegelijk (tegenover elkaar opgesteld). De laatste renner/renster zet de tijd neer. De beste 8 teams kwalificeren zich voor de 1e ronde. De 4 winnende teams gaan door naar de finale.

Scratch

De scratch is een pelotonswedstrijd over een 15km voor mannen en 10km voor vrouwen. De renner die als eerste de eindstreep passeert wint de koers.

Individuele achtervolging

De mannen rijden de wedstrijd over 4km, de vrouwen over 3km. Twee renners starten tegelijk op de baan. De ene renner bij de startstreep, de ander aan de overzijde. De renner met de snelste tijd wint of als de een de ander inhaalt in de finale.

Puntenkoers

De puntenkoers is een pelotonswedstrijd over 40km voor mannen en 25 km voor vrouwen die draait om tussensprints. Elke 10 rondes is er een sprint en in deze sprints zijn punten te verdienen (5, 3, 2 en 1). Daarnaast zijn er 20 punten te verzamelen door een ronde voorsprong te pakken. De punten in de laatste sprint tellen dubbel. De renner met de meeste punten wint de puntenkoers.

Koppelkoers

Bij de koppelkoers (ook wel Madison) rijden landenteams van twee renners (in hetzelfde tricot) de wedstrijden. Er zijn maximaal achttien koppels tegelijk in de baan. Van elk tweetal is steeds maar een renner actief in de wedstrijd. De ander heeft actieve rust: hij blijft bovenin de baan rustig doorrijden. De renners wisselen elkaar regelmatig af waarbij de renner die even rust pakt zijn koppelgenoot nog door een armzwaai snelheid meegeeft. Tijdens de wedstrijd worden om de tien ronden sprints verreden waarbij de winnaar vijf punten krijgt, de tweede drie punten, de derde twee punten en de vierde een punt. Tevens kunnen er ronden voorsprong worden genomen (+20 punten). De winnaar van de koers is het duo met de meeste punten. Zijn er meer koppels met hetzelfde aantal punten dan is de laatste sprint beslissend. In de laatste sprint zijn dubbele punten te verdienen.

Keirin

Bij de keirin rijden vijf tot zeven renners tegelijk een sprint. De wedstrijd gaat over zes ronden waarbij de groep eerst 3 ronden achter een gangmaker op een derny rijdt. Ze kunnen dan een goede uitgangspositie voor de sprint ‘bevechten’ met de concurrentie. De gangmaker mag, tot hij 3 ronden voor de finish de baan verlaat, niet voorbijgereden worden. De weg naar de finale verloopt via series en herkansingsronden. Afhankelijk van de hoeveelheid renners in de series gaan de beste twee of drie renners per serie door naar de volgende ronde. Uiteindelijk wordt er een finale verreden waarbij de uitslag wordt bepaald aan de hand van het passeren van de finishlijn. De renner die de sprint wint, is winnaar van het keirintoernooi.

Sprint

Het sprinttoernooi begint met een kwalificatierit over 200 meter met vliegende start voor alle deelnemers. De renners met de vier beste tijden in de kwalificaties, plaatsen zich direct voor de 1/8 finale. De series worden volgens een knock-out principe afgewerkt. Een race gaat over drie ronden. Vanaf de kwartfinale rijden de deelnemers minimaal twee keer tegen elkaar. Is de stand gelijk na twee duels, dan volgt er een ‘belle’.Het sprinttoernooi begint met een kwalificatierit over 200 meter met vliegende start voor alle deelnemers. De renners met de vier beste tijden in de kwalificaties, plaatsen zich direct voor de 1/8 finale. De series worden volgens een knock-out principe afgewerkt. Een race gaat over drie ronden. Vanaf de kwartfinale rijden de deelnemers minimaal twee keer tegen elkaar. Is de stand gelijk na twee duels, dan volgt er een ‘belle’.

 
Ploegenachtervolging

In de ploegenachtervolging rijden twee teams 

(4 renners per team), beide beginnend op het midden van een lange zijde van de baan (tegenover elkaar) 

4 kilometer (16 ronden). De snelste 8 teams kwalificeren zich voor de strijd om de medailles. De winnaars van de volgende twee rondes strijden in de finale om het goud/zilver.

500 meter tijdrit

Explosief onderdeel met vertrek uit de startmachine waarbij het gaat om de snelste tijd voor de vrouwen over 500 meter.

1000 meter tijdrit

Explosief onderdeel met vertrek uit de startmachine waarbij het gaat om de snelste tijd voor de mannen over 1000 meter.

Omnium

Het omnium bestaat uit vier onderdelen die in één dag worden afgewerkt. De disciplines zijn:
1) Scratch: 10 kilometer voor mannen en 7,5 kilometer voor vrouwen; de renner die als eerste de finish passeert wint de race.
2) Tempo race: Na vier ronden luidt de bel en iedere ronde krijgt de renner die als eerste de finish passeert één punt. Een ronde winst wordt beloond met 20 punten. De renner of renster die tijdens de race de meeste punten verzamelt is de winnaar van deze ronde van het omnium.
3) Afvalrace: Alle renners rijden in de baan. Na elke tweede ronde volgt er een sprint, waarbij degene die als laatste de streep passeert, afvalt. De renner die in de laatste sprint als eerste de finish passeert, wint de race.
4) Puntenkoers: 25 kilometer lange koers met onderweg tien tussensprints voor mannen en 20 kilometer met acht tussensprints voor vrouwen.